maandag 3 november 2008

Een streepje poëzie


(de Congo)

Honderd kleine boten kwamen langszij
als apen zo snel klommen kwetterende basjizoeks
in ons want om hun Afrika te verpatsen.
'Manden' zeiden ze, 'echte kaketoe, wolaapje,
ivoortanden'. Een zware stank omgaf hen,
hun Afrika was al lang versjacherd.

In de vallende stilte - plots was de zon weg -
dreven traag en donker de bijtende boomstammen
langszij. Moe, doodmoe van honderd reizen
kijkt de horige van een Europese godsdienst
(de cultus van het Tandwiel, de Broodrooster,
de Verzwegen Dood)

in het bloeddoorlopen oog van de Congo.
Tot mijlen landinwaarts kantelen haaien
- altijd dezelfde blauwe kogels van vlees -
prauwen om en malen om evennaaste stuk
denkt hij

en in het oerwoud van zijn hart
nadert een vogelspin traag de laatste paradijsvogel.

uit 'Poezebeest'


Bovenstaand gedicht is een pareltje van Jotie T'Hooft. Schitterend want oer-Belgisch. Wie de bijhorende soundtrack wil, kan ik deze plaat aanbevelen. U zult er zich geen buil aan vallen. Wel even de oortjes stretchen.

Geen opmerkingen: